De werknemer had een arbeidsovereenkomst waarin werd verwezen naar de Cao Afbouw, met uitzondering van enkele gedispenseerde bepalingen (werktijd, beloning en vergoedingen waren cf. de Bouw-CAO).

Deze dispensatie was door cao-partijen bij de Cao Afbouw gegeven in 2006. Nadien heeft de werkgever het verzoek om dispensatie niet herhaald. Partijen twisten over de vraag of de werkgever (ingevolge de verleende dispensatie) terecht het salaris heeft uitbetaald conform de Cao voor de Bouwnijverheid of dat werknemer recht had op het hogere salaris waarop de Cao Afbouw recht geeft.

In artikel 9 van de Cao Afbouw 2005-2007 is uitdrukkelijk bepaald dat door de cao-partijen (enerzijds de Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven en anderzijds FNV en CNV) dispensatie kan worden verleend van (één of meerdere bepalingen van) "deze overeenkomst" (dat wil zeggen: de Cao 2005-2007). Naar het oordeel van het hof valt ook niet goed in te zien hoe een dispensatieregeling in een cao, een overeenkomst tussen werkgevers- en werknemersorganisaties die op grond van de wet slechts voor bepaalde tijd geldt, kan doorwerken in opvolgende cao's. Zo kan er niet zonder meer van worden uitgegaan dat de (onderhandelende) cao-partijen bij een opvolgende cao dezelfde zullen zijn, noch dat de opvolgende cao dezelfde voorwaarden zal bevatten als de beëindigde cao. Evenmin kan er zonder meer van worden uitgegaan dat een onderneming die onder een oude cao valt, ook onder de werkingssfeer van de nieuwe cao zal vallen. Ook kan de dispensatieregeling in een opvolgende cao anders worden.

Concluderend: de werknemer hoefde de dispensatieverlening door de cao-partijen bij de Cao Afbouw 2005-2007 niet tegen zich te laten gelden voor zover daarmee werd beoogd ook voor opvolgende cao's dispensatie te verlenen. Dispensatie voor onbepaalde tijd is niet verenigbaar met het cao-systeem en de Cao Afbouw.

Dit nieuwsbericht is geschreven door mr. dr. Esther Koot-van der Putte, eigenaar van Cao-recht Advies en Opleiding (www.cao-recht.nl).