5-5-2020
Op werknemers arbeidsovereenkomst is de Cao Binnendienst voor het Verzekeringsbedrijf (hierna: cao) van toepassing. Tussen partijen staat vast dat werknemer (eiser) vanaf juni 2017 overwerk heeft verricht en dat hij op basis van de cao voor het overwerk de toepasselijke extra beloning uitbetaald heeft gekregen. Het geschil tussen partijen betreft de vraag of eiser op grond van het rechtsvermoeden ex artikel 7:610b BW vanaf 1 juli 2018 aanspraak heeft op een arbeidsovereenkomst met een omvang van 55,15 uur per week.

De kantonrechter wijst het beroep op het rechtsvermoeden af. Dit rechtsvermoeden is bij de Wet Flexibiliteit en Zekerheid ingevoerd, om de processuele positie van werknemers te versterken in situaties waarin de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig is overeengekomen. De omvang van de bedongen arbeid is in deze zaak echter helder: die bedraagt 40 uur. Het is niet wenselijk dat uren die gedurende korte tijd buiten de gebruikelijke werkweek worden gemaakt gaan gelden als de bedongen arbeid. Dit is onwenselijk, omdat aldus overwerk, dat naar zijn aard afhankelijk is van de omstandigheden en daaraan in omvang moet kunnen worden aangepast, wordt gefixeerd op het gemiddelde in een referteperiode, waarmee de met het overwerk beoogde flexibiliteit, waarbij ook de werknemer gezien de hogere vergoeding belang heeft, teniet wordt gedaan. Dat heeft de wetgever bij invoering van de bepaling niet beoogd.

Daarbij geldt ook nog dat de Cao een maximale arbeidsduur (van 40 uur voorschrijft. Voor een arbeidsovereenkomst met meer dan 40 uur per week ziet de kantonrechter, mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, geen aanknopingspunten.

Kantonrechter Rotterdam 16-4-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:3647, Zaaknummer 8001094 cv expl 19-37133 (Werknemer/Allianz Nederland Groep N.V.,).

Dit nieuwsbericht is geschreven door mr. dr. Esther Koot-van der Putte, eigenaar van Cao-recht Advies en Opleiding (www.cao-recht.nl).