top of page

SCROLL

Ontbrekende statutaire bevoegdheid: vakbond niet-ontvankelijk

  • Foto van schrijver: CAO-RECHT
    CAO-RECHT
  • 3 dagen geleden
  • 3 minuten om te lezen

Een vakbond van apothekers bij BENU is niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen om loonsverhogingen af te dwingen op basis van gemaakte afspraken met de werkgever. Volgens de rechtbank kan de vakbond geen beroep doen op de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (Wet cao), noch op de regeling voor collectieve acties (art. 3:305a BW), terwijl ook een beroep op redelijkheid en billijkheid niet slaagt. Individuele werknemers blijven wel vrij om zelf hun loonaanspraken in rechte af te dwingen.


De zaak draait om afspraken die in 2023 zijn gemaakt tussen BENU Apotheken B.V. en de Vakbond van BENU Apothekers (VVBA). Partijen spraken af toe te werken naar een cao voor de apothekers in dienst van BENU. In afwachting daarvan werden ook afspraken gemaakt over loonindexatie. VVBA stelde zich op het standpunt dat deze afspraken meebrachten dat een deel van de apothekers per 1 januari 2025 en 1 januari 2026 recht had op een salarisverhoging van telkens 8%. Zij vorderde een verklaring voor recht en een veroordeling van BENU tot betaling van deze verhogingen.


De kantonrechter stelde allereerst de vraag of VVBA bevoegd was om deze vorderingen in te stellen. Daarbij is van belang dat de vakbond feitelijk opkomt voor de individuele loonbelangen van haar leden. Volgens de rechtbank kan een vakbond zulke belangen onder omstandigheden via de Wet cao afdwingen, maar alleen als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.


Die voorwaarden zijn hier niet vervuld. Een vereniging kan slechts een cao sluiten als haar statuten uitdrukkelijk voorzien in de bevoegdheid om collectieve arbeidsovereenkomsten aan te gaan. Dat was bij VVBA niet het geval. Hierdoor kunnen de afspraken uit 2023 niet worden aangemerkt als een cao in de zin van de wet. Het gevolg is dat VVBA geen beroep kan doen op de Wet cao om nakoming van deze afspraken te vorderen.


Daarnaast probeerde VVBA haar vordering alsnog te baseren op artikel 3:305a BW, de regeling voor collectieve acties. Ook dat strandt. De rechtbank benadrukt dat voor zo’n collectieve vordering strikte ontvankelijkheidseisen gelden. Zo moet al in de dagvaarding duidelijk zijn dat een 3:305a‑vordering wordt ingesteld en moet worden toegelicht dat aan de vereisten is voldaan. Bovendien moet de dagvaarding tijdig in een speciaal register worden ingeschreven. VVBA heeft aan deze eisen niet voldaan. Daarom is zij ook op deze grondslag niet-ontvankelijk.


Ten overvloede merkt de rechtbank op dat het bovendien niet voor de hand ligt dat VVBA via een nieuwe procedure wél ontvankelijk zou zijn op grond van artikel 3:305a BW. De vordering heeft namelijk geen ideëel doel en vertegenwoordigt een aanzienlijk financieel belang, gelet op de structurele loonsverhogingen die worden gevorderd.


VVBA deed ten slotte nog een beroep op de redelijkheid en billijkheid. Volgens haar zou het onaanvaardbaar zijn als zij de gemaakte afspraken niet via de rechter zou kunnen afdwingen. De kantonrechter volgt dit niet. Het doorbreken van het wettelijke systeem voor collectieve arbeidsvoorwaardenvorming is alleen gerechtvaardigd in uitzonderlijke omstandigheden. Daarvan is hier geen sprake, mede omdat individuele werknemers zelf een vordering kunnen instellen om hun loonrechten te effectueren.


De slotsom is dat VVBA niet-ontvankelijk wordt verklaard in al haar vorderingen. Daarmee komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vraag of de gevorderde loonsverhogingen daadwerkelijk verschuldigd zijn. VVBA wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van BENU.

Deze uitspraak laat zien dat een vakbond niet zonder meer collectieve loonaanspraken kan afdwingen buiten het kader van een rechtsgeldige cao of een correct ingestelde collectieve actie. Het ontbreken van statutaire bevoegdheid om een cao te sluiten en het niet naleven van de formele eisen van artikel 3:305a BW zijn daarbij fataal. Tegelijkertijd benadrukt de rechtbank dat de toegang tot de rechter voor individuele werknemers open blijft.


Bron: Rechtbank Midden Nederland 13 mei 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:2833)

Opmerkingen


Het is niet meer mogelijk om opmerkingen te plaatsen bij deze post. Neem contact op met de website-eigenaar voor meer info.
bottom of page