In het vonnis van 17 juli 2025 overweegt de kantonrechter van de Rechtbank Den Haag in kort geding een geschil tussen FNV (eiseres) en de Vereniging Werkgevers Technische Groothandel (WTG, gedaagde) omtrent de toelating van FNV tot de onderhandelingen over een nieuwe cao Technische Groothandel 2023–2025. FNV werd niet uitgenodigd deel te nemen aan de onderhandelingsronde die op 8 juli 2025 plaatsvond. FNV vordert dat WTG haar onvoorwaardelijk toelaat tot alle onderhandelingen over de nieuwe cao, inclusief informatieverstrekking omtrent data, agenda’s en correspondentie, onder verbeurte van een dwangsom en veroordeling in proceskosten. (Semantius)
De kantonrechter beoordeelt allereerst de spoedeisendheid van het belang van FNV. Gelet op de timing van de geplande onderhandelingen acht de rechter een spoedeisend belang aanwezig, nu toegang alleen via een kort geding voorafgaand aan 8 juli 2025 kan worden bereikt. (uitspraken.nl)
Voor de toetsing aan de kern van de vordering hanteert de rechtbank de rechtspraak van de Hoge Raad inzake collectieve onderhandelingen (zoals in het AbvaKabo/Bvok-arrest en het FNV/TUI-arrest). In beginsel ligt de keuze tot toelating van een vakbond bij de contractspartijen zelf, maar een in absolute en relatieve zin representatieve vakbond heeft doorgaans recht op toegang tot onderhandelingen. Hierbij moet een weigering worden getoetst aan de normen van zorgvuldigheid en proportionaliteit in het arbeidsvoorwaardelijk overleg. (uitspraken.nl)
De kantonrechter stelt vast dat FNV op basis van onbestreden gegevens absoluut en relatief representatief is voor de sector. Argumenten van WTG dat innovatieve digitale consultatiesystemen (DigiC) feitelijk tot volledige vertegenwoordiging zouden leiden, worden door de rechter verworpen nu dit collectieve onderhandelingsrecht zou uithollen. Daarnaast acht de rechtbank de door WTG aangevoerde feiten over historische spanningen, vermeende onruststokende gedragingen van FNV en vermeende schendingen van mediationafspraken niet zodanig zwaarwegend dat de uitsluiting van FNV gerechtvaardigd kan worden. (Semantius)
De rechter concludeert dat FNV naar verwachting in een bodemprocedure zal slagen in haar stelling dat de weigering tot toelating onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW. Gevolg is dat WTG wordt veroordeeld om FNV onvoorwaardelijk toe te laten tot de onderhandelingen over de nieuwe cao, worden veroordeeld in proceskosten, en wordt de gevorderde dwangsom niet toegewezen gelet op onvoldoende onderbouwing voor de precieze parameters daarvan. (Semantius)
Kantonrechter Den Haag 17 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:23416