top of page

SCROLL

Projectontwikkeling onder werkingssfeer van Bouw & Infra?

  • Foto van schrijver: CAO-RECHT
    CAO-RECHT
  • 2 dagen geleden
  • 4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 2 dagen geleden

Wanneer valt een projectontwikkelaar onder de cao Bouw & Infra en de verplichtstelling van Bpf Bouw? Het gerechtshof Den Haag bevestigt (na verwijzing door de Hoge Raad) dat niet de kwalificatie van de onderneming doorslaggevend is, maar de feitelijke rol in het bouwproces. Ook zonder eigen uitvoerende bouwactiviteiten kan sprake zijn van ‘vallen onder de werkingssfeer’. In dit blog bespreek ik de betekenis van deze uitspraak en plaats ik deze in het licht van de vaste rechtspraak over de uitleg van werkingssfeerbepalingen.


De afbakening van de werkingssfeer van de cao Bouw & Infra en de verplichtstelling van Bpf Bouw blijft in de praktijk aanleiding geven tot geschillen. Met name bij ondernemingen die zelf geen fysieke bouwwerkzaamheden verrichten, maar wel een centrale rol spelen bij de totstandkoming van bouwwerken, rijst de vraag of zij onder de werkingssfeer vallen. Het arrest van het gerechtshof Den Haag van 31 maart 2026 (ECLI:NL:GHDHA:2026:494) biedt op dit punt verduidelijking.


Uitlegmaatstaf: de cao-norm en objectieve uitleg

Voorop staat dat werkingssfeerbepalingen moeten worden uitgelegd volgens de zogenoemde cao-norm. Dat betekent dat de bewoordingen van de regeling, gelezen in het licht van de gehele tekst, in beginsel van doorslaggevende betekenis zijn, waarbij acht kan worden geslagen op kenbare bedoelingen van cao-partijen, voor zover deze uit de tekst en toelichting blijken. Deze lijn is klassiek verwoord in het arrest HR 17 september 1993, NJ 1994/173 (FNV/Condor).

Ook in de onderhavige zaak sluit de Hoge Raad (in de voorafgaande cassatiefase) bij deze benadering aan en corrigeert hij een meer beperkte uitleg van het hof Amsterdam.


Feitelijke werkzaamheden centraal

Het hof Den Haag stelt na verwijzing voorop dat bij de toepassing van de werkingssfeer moet worden gekeken naar de feitelijke werkzaamheden van de onderneming. Niet beslissend is hoe de onderneming zichzelf kwalificeert, noch hoe haar activiteiten civielrechtelijk of fiscaal worden geduid.

De betrokken onderneming presenteerde zich als projectontwikkelaar en voerde aan dat zij geen bouwbedrijf is, omdat zij de feitelijke bouwwerkzaamheden uitbesteedt. Het hof volgt deze redenering niet.

Van belang is dat de onderneming:

  • projecten initieert en ontwikkelt;

  • de bouw organiseert en aanstuurt;

  • toezicht houdt op de uitvoering;

  • en het gerealiseerde bouwwerk oplevert aan de opdrachtgever.

Daarmee vervult zij een centrale, sturende rol in het bouwproces.


Geen vereiste van fysieke uitvoering

Een belangrijk element in de beoordeling is dat het hof expliciet overweegt dat niet vereist is dat een onderneming zelf fysieke bouwwerkzaamheden verricht om onder de werkingssfeer te vallen. Ook dienstverlening kan binnen de werkingssfeer vallen, mits deze voldoende samenhang vertoont met het realiseren van bouwwerken.

De activiteiten van de onderneming worden door het hof gekwalificeerd als dienstverlening die rechtstreeks is gericht op de uitvoering van bouwactiviteiten. Het feit dat de feitelijke uitvoering is uitbesteed, doet daaraan niet af.

Deze benadering sluit aan bij eerdere rechtspraak waarin is geoordeeld dat ook coördinerende, organiserende en begeleidende activiteiten onder de werkingssfeer kunnen vallen, indien zij een wezenlijk onderdeel vormen van het bouwproces.


Integrale benadering van het activiteitenpakket

Opvallend is voorts dat het hof de activiteiten van de onderneming als een geïntegreerd geheel beschouwt. Het gaat om een totaalconcept waarbij ontwikkeling, organisatie, aansturing en oplevering nauw met elkaar verweven zijn.

Daaruit volgt dat er geen ruimte bestaat om afzonderlijke activiteiten los van elkaar te beoordelen of om uitsluitend te kijken naar de ‘kern- en zwaartepunt’ van de bedrijfsactiviteiten op basis van bijvoorbeeld loonsomverdeling. De aard van de dienstverlening brengt mee dat de verschillende onderdelen niet zinvol te scheiden zijn.


Etiket en registratie niet doorslaggevend

Het hof maakt tevens duidelijk dat de gekozen benaming van de onderneming (“projectontwikkelaar”) en inschrijving in het handelsregister niet doorslaggevend zijn. Beslissend is uitsluitend wat de onderneming feitelijk doet.

Dit betekent dat ook ondernemingen die zich profileren als adviseur, ontwikkelaar of regisseur, onder omstandigheden binnen de werkingssfeer van de bouwsector kunnen vallen. De formele positionering biedt geen vrijwaring.


Gevolgen van kwalificatie binnen de werkingssfeer

De vaststelling dat een onderneming onder de werkingssfeer valt, heeft verstrekkende gevolgen. In deze zaak leidt dit onder meer tot:

  • verplichte aansluiting bij Bpf Bouw;

  • premieplicht (met terugwerkende kracht);

  • gebondenheid aan de cao Bouw & Infra;

  • verplichtingen tot het verstrekken van loon- en premiegegevens.

Het hof wijst de vorderingen tot betaling van achterstallige premies en rente toe, hetgeen het financiële belang van de werkingssfeervraag onderstreept.


Betekenis voor de praktijk

Dit arrest bevestigt dat de werkingssfeer in de bouwsector functioneel wordt ingevuld. De centrale vraag is of de onderneming door haar dienstverlenende activiteiten voor of aan derden  bijdraagt aan het geheel of gedeeltelijk uitvoeren van bouwwerken.

Voor projectontwikkelaars en andere partijen die een regisserende of coördinerende rol vervullen – zoals bouwmanagers en turnkey-aanbieders – betekent dit dat zij hun positie zorgvuldig moeten (her)beoordelen.


Conclusie

Het gerechtshof Den Haag bevestigt dat de grenzen van de werkingssfeer van Bouw & Infra niet beperkt blijven tot ondernemingen die zelf bouwen. Ook partijen die het bouwproces organiseren en tot oplevering brengen, kunnen daaronder vallen.

De kwalificatie van de onderneming is daarbij van ondergeschikt belang. Doorslaggevend is de feitelijke bijdrage aan de realisatie van bouwwerken. Dat maakt een zorgvuldige analyse van de activiteiten onmisbaar – niet alleen bij twijfelgevallen, maar voor iedere onderneming die zich in de periferie van de bouwsector begeeft.



Opmerkingen


Het is niet meer mogelijk om opmerkingen te plaatsen bij deze post. Neem contact op met de website-eigenaar voor meer info.
bottom of page