In zijn arrest van 23 december 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:8565) behandelt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een geschil naar aanleiding van de overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 e.v. BW, met nadruk op de bescherming van individuele arbeidsvoorwaarden. Eiser, sinds 1999 in dienst bij Baxter B.V., ontving daar onder meer een persoonlijke toeslag als onderdeel van zijn loonpakket. Na overgang van zijn arbeidsovereenkomst naar (rechtsvoorgangers van) geïntimeerde, op wie een standaard-cao van toepassing was, wilde de verkrijgende werkgever deze toeslag geleidelijk afbouwen.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de toepassing van een standaard-cao de werkgever bevoegd maakte de bestaande persoonlijke toeslag te verminderen of te beëindigen. Het hof stelt duidelijk dat de persoonlijke toeslag niet door de overgang werd toegekend, maar al bestond bij Baxter. De toetsing vindt plaats aan de hand van de dwingendrechtelijke bepalingen van het overgangsrecht (art. 7:662 e.v. BW) en de implementatie van Richtlijn 2001/23/EG, die bepalen dat bestaande rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst van de vervreemder onverminderd overgaan op de verkrijger.
Het hof verwerpt het standpunt van de werkgever dat de standaard-cao rechtvaardigt dat de toeslag wordt afgebouwd. De regels inzake overgang van onderneming zijn van hogere orde dan de standaard-cao; de cao kan niet ten nadele van de werknemer worden ingeroepen om individuele arbeidsvoorwaarden te verlagen. Hierdoor blijft de persoonlijke toeslag volledig gehandhaafd.
Het hof veroordeelt geïntimeerde tot nabetaling van de persoonlijke toeslag, inclusief vakantietoeslag en wettelijke rente, begroot op € 28.817,09 bruto, plus buitengerechtelijke incassokosten (€ 1.063,17) en proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep. De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Het arrest onderstreept dat bij overgang van onderneming de bescherming van individuele arbeidsvoorwaarden strikt prevaleert boven de toepasselijkheid van een standaard-cao. Een verkrijgende werkgever kan bestaande toeslagen of andere persoonlijke loonbestanddelen niet afbouwen op grond van de eigen cao, ook niet geleidelijk of met terugwerkende kracht.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 23 december 2025: ECLI:NL:GHARL:2025:8565