Dat het niet eenvoudig is om een geslaagd beroep te doen op een openbreekclausule blijkt uit het voorbeeld dat aan de orde was bij de Kantonrechter Breda 20 december 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:9036.

Het gaat om de situatie bij werkgever VPK die een eigen ondernemings-cao hanteert. Deze bevat een afspraak over APC (automatische prijscompensatie). Ook is er een openbreekclausule opgenomen in artikel 4.1. Deze luidde als volgt:

“Indien zich een dusdanige wijziging van algemeen-sociaal-economische aard of wet- en regelgeving in Nederland voordoet dat één van de partijen van oordeel is redelijkerwijze aan de bepalingen van deze overeenkomst niet langer gebonden te kunnen worden geacht, zijn partijen gehouden hierover overleg te plegen. Indien dit overleg niet binnen 2 maanden na de indiening van het wijzigingsvoorstel tot overeenstemming heeft geleid, is de partij, die de wijzigingen heeft voorgesteld, gerechtigd deze overeenkomst met een termijn van 1 maand op te zeggen.”

Eén jaar na inwerkingtreding van de cao beroept de werkgever zich op deze openbreekclausule. Hij verzoekt FNV  in overleg te treden over het aanpassen van de salarisschalen. FNV stelt zich aanvankelijk op het standpunt dat geen sprake is van een situatie als genoemd in de openbreekclausule. Uiteindelijk treden partijen toch in overleg, echter zonder resultaat of overeenstemming. Werkgever zegt daarop de cao op. En FNV roept de nietigheid in van deze opzegging.

De kantonrechter oordeelt dat de door FNV gevorderde verklaring voor recht dat de opzegging van de cao door VPK per 21 december 2022 nietig is zal worden toegewezen en onderbouwt dat als volgt. De opzegging van de cao is gebaseerd op artikel 4.1 cao. Beide partijen geven een andere uitleg aan de inhoud van deze bepaling, zodat deze niet eenduidig is. Om te beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 4.1 cao wordt voldaan, moet deze bepaling daarom worden uitgelegd. De kantonrechter hanteert daarbij de Haviltex-maatstaf en niet de cao-norm. De openbreekclausule betreft een obligatoire bepaling, dat wil zeggen bedoeld om tussen de cao-partijen onderling te gelden.

 De kantonrechter oordeelt met de werkgever dat de hoge inflatie kwalificeert als een ‘dusdanige wijziging’ van economische aard in de zin van artikel 4.1 cao. Echter, aan de tweede eis van de openbreekclausule is in de ogen van de kantonrechter niet voldaan. Hij is van oordeel dat de hoge inflatie en de daaraan gekoppelde APC VPK niet tot het oordeel konden brengen dat zij redelijkerwijs niet langer gebonden kon worden aan de cao. De kantonrechter legt daaraan ten grondslag dat het doorrekenen van de volledige APC in de lonen de bedrijfscontinuïteit niet direct in gevaar brengt. Daaraan voegt de kantonrechter toe dat met de ongeclausuleerde inflatiecorrectie-toezegging in artikel 9.1 van de cao een zeker signaal aan de werknemers is afgegeven. Dat tezamen leidt ertoe dat niet aan beide voorwaarden van artikel 4.1 is voldaan. Dit brengt de kantonrechter tot het oordeel dat de werkgever de cao niet had mogen opzeggen. Zie: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:9036

Recente nieuwsitems

Deliveroo moet verplicht aansluiten bij BPF Vervoer

De opeenvolgende Deliveroo-zaken lezen bijna als een spannende roman en hebben op verschillende terreinen meer duidelijkheid gebracht. Niet alleen op het gebied van het individuele arbeidsrecht: was de ‘rider’ nu te zien als werknemer of juist als ‘opdrachtnemer’, en welke…
Contact

CAO-RECHT Advies en Opleiding
Esther Koot
06 24 90 35 05
Mail - koot@cao-recht.nl

Bezoekadres:
Crown Business Center
A.Hofmanweg 5A
2031 BH Haarlem

Postadres:
Kleverparkweg 94 zw
2023 CJ Haarlem

Algemene voorwaarden
AVG document

Kvk: 34280726
btw: NL0020.76.223.B49

Nieuwsbrief ontvangen?

Contactformulier

Boek bestellen